Zeldzame protesten in Japan: plannen om pacifistische grondwet te wijzigen leiden tot zenuwen Japan heeft een belangrijke stap gezet in het versoepelen van zijn strenge regels voor wapenexport. De regering van premier Sanae Takaichi heeft vrijwel alle beperkingen op de export van defensiematerieel afgeschaft. Tot nu toe is de verkoop aan het buitenland daardoor minimaal. Het wordt nu mogelijk om ook dodelijke wapens te exporteren, zoals gevechtsvliegtuigen en oorlogsschepen. In principe blijft export naar landen waar oorlog is verboden, maar ook daar kan onder voorwaarden een uitzondering voor worden gemaakt. Het nieuwe beleid zal “bijdragen aan vrede en stabiliteit in de regio”, zei kabinetschef Minoru Kihara tegen verslaggevers. Critici spreken van een duidelijke koerswijziging. Drie principes Al in 1967 voerde Japan de zogeheten drie principes voor wapenexport in. Die verboden levering aan communistische landen, landen onder een wapenembargo van de Verenigde Naties en landen die betrokken waren bij internationale conflicten. Elf jaar later werden die regels aangescherpt, wat in de praktijk neerkwam op een vrijwel volledig verbod op wapenexport. Dat strikte beleid bleef grotendeels intact tot 2014. Toen maakte premier Shinzo Abe voor het eerst ruimte voor beperkte export, bijvoorbeeld voor VN-vredesmissies. Daarna volgden kleine aanpassingen. Japan leverde onder meer radarsystemen aan de Filipijnen en sloot zich aan bij internationale defensieprojecten, zoals de ontwikkeling van een nieuw gevechtsvliegtuig met Italië en het Verenigd Koninkrijk.
Japan Shifts from Pacifism to Arms Exports: Policy Changes Spark Rare Protests
11